Het leven van Maria

Maria is de belangrijkste vrouw in het Nieuwe Testament, maar toch staat er in de Bijbel niet veel over haar leven beschreven. Wat er nu bekend is van haar leven is dan ook ontstaan uit een combinatie van teksten uit de Bijbel, andere historische bronnen en de Heilige Overlevering van de Kerk.

Geboorte van Maria

Historische bronnen van ca. 150 na Christus beschrijven het begin van Maria's leven. Zij wordt geboren uit het huwelijk van Joachim en Anna. Anna is lang onvruchtbaar, maar na aankondiging door een engel blijkt ze toch zwanger. Maria verblijft in de tempel tot haar verloving met Jozef.

De betekenis van de naam Maria is niet zeker. Meestal wordt het vertaald met 'bedroefd', 'zee' of 'bitter'.

 

De Annunciatie

Het Evangelie volgens Lucas vertelt over de aankondiging van de geboorte van Jezus (Lc. 1,26-38). De engel GabriŽl spreekt haar aan met: 'begenadigde, de Heer is met u'. Zoals te verwachten, schrikt zij daarvan terug, maar de engel stelt haar gerust: 'Maria, u hebt genade gevonden bij God'. Hij vertelt haar dat ze zwanger zal worden van de 'Zoon van de Allerhoogste'.

Hoewel Maria dit alles niet begrijpt -zij heeft geen omgang met een man- stelt ze zich volledig in dienst van God: 'Ik ben de dienares van de Heer; laat met mij gebeuren wat u gezegd hebt.' De engel geeft haar nog een aanwijzing: haar nicht Elisabeth, die altijd onvruchtbaar was geweest, was nu ook zwanger.

De aankondiging wordt elk jaar gevierd op 25 maart - 9 maanden voor kerst, de geboorte van onze Heer.

Bezoek aan Elisabeth

Vervolgens bezoekt Maria haar nicht Elisabeth. Meteen toen Elisabeth de begroeting van Maria hoorde, sprong het kind op in haar schoot. Elisabeth werd vervuld met heilige Geest. Ze riep met luide stem:

'Gezegend ben jij onder de vrouwen, en gezegend is de vrucht van je schoot. Waar heb ik het aan te danken dat de moeder van mijn Heer bij mij komt?'
(Lc. 1,40-43)

Het kind van Elisabeth zal ook later het kind van Maria als Zoon van God herkennen: het is Johannes de Doper, die dus al vůůr zijn geboorte de komst van Christus verkondigt.

 

Geboorte van Jezus

Dan volgt het bekende kerstverhaal: Keizer Augustus schrijft een decreet uit voor een volkstelling. Jozef vertrekt met Maria naar de stad van David, Bethlehem. In Bethlehem is geen plaats in de herberg, Maria moet bevallen in de stal.

Jezus wordt in een voederbak gelegd, waaruit al blijkt waarvoor de Zoon van God op aarde is gekomen: hij is het Brood dat uit de hemel is neergedaald.

De herders die die nacht in het veld lagen worden opgeschrikt door een engel die hen het goede nieuws komt verkondingen: 'Schrik niet, want ik heb een goede boodschap voor u, een grote vreugde voor het hele volk. Vandaag is in de stad van David uw redder geboren; Hij is de Messias, de Heer. Dit is het teken voor u: u zult een kind vinden dat in doeken is gewikkeld en in een voerbak ligt.'

Het Gloria dat dan klinkt wordt nog steeds in alle kerken gezongen (hoewel natuurlijk op andere klanken): 'Glorie aan God in de hoogste hemel, en op aarde vrede onder de mensen in wie Hij een welgevallen heeft'.

De herders gingen naar Bethlehem en vertelden aan Jozef en Maria wat hun over dit kind was gezegd. Maria bewaarde dit alles in haar hart en dacht erover na. (Lc. 2,6-20)

Na het bezoek van de herders volgt ook hoog bezoek: drie wijzen uit het oosten volgen de ster die hen de weg naar het pasgeboren kind leidt. In eerste instantie komen zij aan bij het paleis van Herodes, omdat ze aannemen dat de Konging die ze verwachten in een paleis geboren zou worden. Al snel wordt echter duidelijk dat ze verder moeten. Herodes is nu echter op de hoogte gebracht en begint door de komst van deze nieuwe koning voor zijn heerschappij te vrezen. (Mt. 2,1-12)

Vlucht naar Egypte

In een droom verschijnt een engel aan Jozef. Hij wordt gewaarschuwd dat Herodes het kind komt zoeken om het te doden. Jozef en Maria vluchtten met Jezus naar Egypte en blijven daar, totdat zij het nieuws horen van de dood van Herodes. Dan keren ze terug naar Nazareth. (Mt. 2,13-23)

 

In de tempel

Maria gaat naar Jeruzalem om zichzelf te reinigen en haar kind op te dragen aan God, zoals dat was voorgeschreven door Mozes. In de tempel ontmoeten zij Simeon en Hanna. Simeon bevestigt opnieuw dat Jezus de gezalfde van de Heer is en spreekt de zegen over hen uit. Hij doet een voorspelling over Jezus en Maria. Maria's ziel zal door een zwaard worden doorboord. (Lc. 2,22-40)

Veel later, als Jezus twaalf is, gaat het gezin naar Jeruzalem ter gelegenheid van het paasfeest. Jozef en Maria raken Jezus kwijt, na drie dagen zoeken vinden zij Hem eindelijk in de tempel terug. Hij is daar bezig de schriftgeleerden uitleg te geven over de heilige geschriften.

Zijn moeder zei tot hem: 'Kind, waarom hebt Ge ons dit aangedaan? Denk toch eens met wat een pijn Uw vader en ik naar U hebben gezocht.' Maar Hij antwoorde: 'Wat hebt ge toch naar Mij gezocht? Wist ge dan niet, dat Ik in het huis van mijn Vader moest zijn?' Zij begrepen echter niet wat Hij daarmee bedoelde.

Zijn moeder bewaarde alles wat er gebeurd was in haar hart.
(Lc. 2,41-52)

 

Maria's stille leven

Jezus groeit op tot volwassen man. In de Bijbel wordt zijn leven aan ons doorgegeven, met Maria op de achtergrond. Zij heeft geen prominente plaats in het publieke leven van Jezus. Zij was echter wel duidelijk aanwezig bij Jezus' eerste openbare wonder: de bruiloft te Kana. Daarbij verwijst ze uitdrukkelijk naar haar Zoon: 'Doe al wat Hij u zal zeggen'. Ondanks de typische reactie van een zoon, luistert Jezus wel naar zijn moeder.

Bij Jezus' kruisiging is Maria ook aanwezig. Hoe bedroefd moet zij niet zijn, haar zoon zo te zien. In het Johannesevangelie is een korte conversatie tussen hen:

Intussen stonden bij Jezus' kruis Zijn moeder, de zuster van zijn moeder, Maria de vrouw van Klopas en Maria Magdalena. Toen Jezus zijn moeder zag, en naast haar de leerling die Hij liefhad, zei Hij tot zijn moeder: 'Vrouw, zie daar uw zoon.' Vervolgens zei Hij tot de leerling: 'Zie daar uw moeder.' Van dat ogenblik af, nam de leerling haar bij zich in huis.
(Joh 19,25-27)

Christenen zien niet alleen Johannes, maar ook zichzelf in de rol van geliefde leerling. Om die reden wordt Maria ook gezien als Moeder van Šlle christenen en ook als Moeder van de Kerk.

Pinksteren

Maria komt ten slotte nog eenmaal in beeld tijdens Pinksteren. De apostelen zijn bij elkaar gekomen in het cenakel en bidden om de heilige Geest en Maria en de vrouwen bidden mee. (Hand 1,12-14; 2,1-4)

De dood van Maria

Na de kruisdood van haar zoon zou Maria met Jezus' lievelingsapostel, Johannes, naar Efese zijn gegaan. Daar is zij vervolgens vreedzaam gestorven. Zeker is dit echter niet. Andere aanwijzingen geven aan dat Maria in Jeruzalem bleef en daar is overleden.

Bij de dood van Maria wordt gesproken over Koimesis (grieks: Dormitio): de ontslaping van Maria, de orthodoxe term voor haar tenhemelopneming. Maria tenhemelopneming wordt gevierd op 15 augustus. Met dit feest wordt herdacht dat Maria, door haar Zoon, met lichaam en ziel is opgenomen in de hemel.

Valid HTML 4.01 Transitional